TV via Internet

Kijk gratis Nederlandse televisie programma's via het internet!

Kijktips Nederland 3

Wat is er op dit moment op Nederland 3? Nederland 3 is een typische culturele en wetenschappelijke zender van de publieke omroep. Verdieping en kennisdelen staan hier als begrippen centraal. Omroepen als VPRO en VARA bieden van oudsher veel aanbod op deze zenders. De Wereld Draait Door was hier ook op. En wat zijn de leuke kijktips voor vanmiddag en vanavond op Nederland 3? Bekijk hieronder het overzicht!

Top 5 actuele programma's

Jongeren over woningcrisis: 'Zo veel geld héb ik gewoon niet'

Er is bijna niets beschikbaar. En dat wat er is, is vaak onbetaalbaar. Jonge woningzoekers merken het dagelijks: er is een groot tekort aan huizen in Nederland. In een vragenlijst van NOS op 3, ingevuld door bijna 4500 jongeren, geeft meer dan de helft aan nu woonruimte te zoeken. En die zoektocht duurt lang: gemiddeld twintig maanden.

En het is nog maar de vraag of daar snel iets aan gedaan kan of gaat worden. In een recent rapport van het ministerie van Binnenlandse Zaken staat dat er een tekort is van 279.000 woningen en dat dat nog blijft oplopen tot 2024. Zowel koop als huur. En pas na 2024 neemt het tekort gestaag af.

Te duur

Waar moeten jonge huizenzoekers in de tussentijd dan gaan wonen? NOS op 3 verzamelde duizenden ervaringen van jongeren tussen de 18 en 35 jaar, verspreid over het hele land. Daaruit blijkt vooral dat veel jongeren wanhopig worden van de ellenlange zoektocht. Het gaat dan om de hele woningmarkt: van huren tot kopen.

De rode draad in de reacties: koopwoningen zijn te duur, zowel huurprijzen als inkomenseisen te hoog en de wachtlijsten lang. Het merendeel van de jongeren zou graag een woning kopen, omdat ze dat financieel gunstiger vinden. En wie zoekt naar een huurwoning doet dat voornamelijk omdat kopen niet lukt.

Zoals Jolissa van Dijk van 27 die in Valkenswaard huurt en daar al zes jaar een koopwoning zoekt. "Het liefst in Bergeijk, het dorp waar ik vandaan kom. Maar daar staan geen woningen voor onder de 3 ton. Ik ben alleen en werk als verpleegkundige, dus zo veel geld heb ik gewoon niet."

Ze sprak eerder al met de gemeente, omdat ze vindt dat er meer starterswoningen moeten komen. "Juist in dorpen zoals dat van mij, want jongeren trekken weg en vergrijzing neemt toe. Er moet echt iets gebeuren."

NOS op 3 duikt deze maand in de woningnood. In deze eerste video leggen we uit hoe de problemen zo groot konden worden. Volgende week een tweede video, waarin we op zoek gaan naar mogelijke oplossingen.

Van de jongeren die in de vragenlijst aangaven een woning te zoeken, woont ruim een derde nog thuis, weer een derde heeft een huurwoning, 10 procent zit in sociale huur en nog eens 9 procent in een studentenkamer. Een klein deel (7 procent) heeft gekocht. Van de jongeren die nog 'thuis' wonen, zeggen vier op de tien dat ze dat doen omdat ze geen kans hebben op een eigen woonruimte.

Uitstellen van levensbeslissingen

Levi Hilz (23) woont al twee jaar antikraak in Rotterdam. "Het is eigenlijk altijd afwachten tot de brief op de deurmat valt waarin staat dat je eruit moet. Ik krijg daar echt heel veel stress van. Ik sta op plek 900 voor sociale huur en ik werk in een winkel dus een normale huurwoning kan ik niet betalen. Je hebt altijd een soort angst dat je op straat komt te staan."

En die stress beďnvloedt haar leven, zegt ze. Ook dat ervaren meer jongeren, geven ze aan in de vragenlijst. Meer dan de helft van de ondervraagden stelt levensbeslissingen uit omdat ze geen stabiele woonsituatie hebben. 37 procent blijft langer thuis wonen dan gepland.

Dat starters het gevoel hebben dat hun leven op pauze staat, blijkt ook uit een onderzoek onder ruim 1100 woningbezitters en starters van ING dat gisteren gepubliceerd werd. De bank schrijft dat hun leven in de 'parkeerstand' staat, omdat ze bijvoorbeeld wachten met het stichten van een gezin tot ze een passende woning gevonden hebben.

Voor woningzoekende jongeren die de vragenlijst van NOS op 3 invulden, is de drang naar een huis soms zo groot, dat er flinke risico's worden genomen. Bijna de helft van de jongeren die naar een koopwoning op zoek is, is bereid meer te bieden dan ze het huis eigenlijk waard vinden. 32 procent is bereid te bieden zonder een bouwkundige inspectie.

Zo bloot zijn sporters op de Olympische Spelen

Net voor de Olympische Spelen kregen Noorse beachhandbalsters een boete. Hun sportbroekjes waren te lang. Even daarvoor kreeg een Britse atlete juist te horen dat haar broekje te kort was. En op de Spelen zijn er voor het eerst turnsters te zien in een pak met lange pijpen, omdat ze zich oncomfortabel voelen in de korte versie.

Zo nu en dan gaat het (vooral bij vrouwelijke sporters) over kleding. De ene keer zou er te bloot worden gesport, de andere keer te bedekt. NOS op 3 heeft duizenden sportfoto's van de Spelen in Tokio bekeken om een antwoord te vinden op de vraag: hoe bloot sporten mannen en vrouwen eigenlijk?

We hebben foto's van 43 olympische zomersporten onder de loep genomen en gekeken naar de kleding van telkens twee vrouwen en twee mannen. Vervolgens zijn die zoals hieronder ingekleurd, om te kunnen uitrekenen welk percentage van het lichaam bedekt is.

Daarin viel ons dit in het bijzonder op: vrouwen sporten vaker bloter dan mannen. Bij 18 van de 43 sporten die we bekeken, kun je bij vrouwen meer van het lichaam zien dan bij mannen in dezelfde sport.

Bijvoorbeeld bij tennis, zoals je in de graphic hieronder ziet. Bij die sport heeft een man de helft meer kleding aan dan een vrouw. Ook bij turnen is er een groot verschil (de tweede afbeelding in de carrousel). Bijna alle vrouwen dragen daar een hoog uitgesneden turnpakje en mannen een stuk meer kleding.

En er zijn meer sporten waar vrouwen bloter zijn dan mannen. Het grootste verschil op de Olympische Spelen zie je bij beachvolleybal. Bij de man is tijdens een wedstrijd drie keer zo veel huid bedekt als bij de vrouw, zoals je ziet in de derde afbeelding hierboven.

Andersom is het ook zo

Bij twaalf sporten op de Spelen dragen mannen juist minder kleding. Maar daarbij moet gezegd: de grootste verschillen daar zijn waterpolo, schoonspringen en zwemmen. Allemaal watersporten. En daar hebben vrouwen nou eenmaal meer te bedekken dan mannen.

Er zijn ook een hoop sporten waarbij mannen ongeveer evenveel aanhebben als vrouwen. Het maakt bijvoorbeeld niet echt uit wie er op een racefiets zit, of wie er basketbalt of handbalt. Zowel mannen als vrouwen zijn in die sporten ongeveer evenveel bedekt.

Als je alle outfits uit ons onderzoek over elkaar legt, krijg je het volgende eindresultaat:

Is het verschil tussen hoe bloot mannen en vrouwen sporten dan te verklaren? In de video bovenaan dit artikel spreken we met Inge Claringbould. Zij is hoofddocent aan de Universiteit Utrecht en deed onderzoek naar de man-vrouwverhouding in sportbondbesturen.

Volgens Claringbould bestaan die besturen grotendeels uit mannen. "Dat zijn degenen die bepalen wat de kledingvoorschriften zijn", zegt ze. "En dat zij bepalen wat de kledingnorm is en vrouwen zo geen zeggenschap hebben over hun lichaam, is seksisme. Het gaat niet zomaar over kleding, maar over het bloter maken van kleding en dus het erotiseren van het vrouwelijke lichaam."

Nog altijd wachten, wachten, wachten in de ggz, ervaar hier hoelang

Nog altijd moeten een kleine 30.000 mensen langer wachten op psychische hulp dan afgesproken. Dat staat in een brief die demissionair staatssecretaris Blokhuis naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, met daarin de laatste stand van zaken over wachttijden in de ggz.

Mensen met ernstige psychische klachten kunnen nog lang niet overal op tijd terecht voor hulp. In sommige regio's lopen de wachttijden voor een behandeling op tot een half jaar en langer, blijkt uit cijfers van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

Hoelang je precies wacht en hoe dat voelt, kan je in onderstaande special van NOS op 3 zelf ervaren:

Over de maximaal aanvaardbare wachttijd hebben verzekeraars en zorgaanbieders afspraken gemaakt. Volgens deze Treeknorm moet iemand binnen vier weken terecht kunnen voor een intakegesprek bij een ggz-aanbieder. Tien weken daarna moet behandeling mogelijk zijn.

Hoelang de totale wachttijd is, verschilt per diagnosegroep en regio. Maar kijk je naar het landelijk gemiddelde per stoornis, dan vindt bij geen enkele diagnose een intakegesprek binnen de Treeknorm plaats. Ook de behandelwachttijd is vaak langer dan afgesproken.

NOS op 3 nam ook de specifieke situatie van doorverwezen jongeren tussen de 17 en 35 verder onder de loep. De meesten worden gediagnostiseerd met een angststoornis, depressie of persoonlijkheidsstoornis, blijkt uit data van informatiecentrum Vektis.

Hoe snel iemand met zo'n diagnose aan de beurt is voor behandeling, hangt sterk af van de ggz-regio waar die persoon woont. Zo kunnen mensen met eetstoornissen in de regio Westland binnen zes weken terecht bij een behandelaar, terwijl ze in de regio Apeldoorn/Zutphen meer dan 7,5 maand moeten wachten op eenzelfde behandeling.

Dat geldt ook voor mensen die voor hulp bij autisme naar een ggz-kliniek moesten. In Zuidoost-Brabant was de gemiddelde wachttijd in mei bijna 11 maanden. Terwijl je in Kennemerland binnen 7 weken terechtkon.

De langste wachttijd is die voor persoonlijkheidsstoornissen; landelijk duurt het gemiddeld meer dan vier maanden voordat een behandeling daarvoor kan starten. In Drenthe bedroeg de wachttijd in mei 2021 bijna zeven maanden.

De wachtlijsten in de ggz zijn al langer een probleem. Demissionair staatssecretaris Paul Blokhuis van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zei in 2017 de wachttijden vóór juli 2018 terug te willen dringen, maar moest daarop terugkomen. De wachttijden voor de behandelingen van autisme, persoonlijkheidsstoornissen en angststoornissen zaten destijds nog altijd boven de norm van 14 weken.

Drie jaar later lijkt er weinig te zijn veranderd. In een rapport van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) staat dat er in mei 2021 tien diagnosegroepen zijn met wachttijden langer dan de Treeknorm. In totaal staan er volgens de NZa ruim 77.000 mensen op een wachtlijst, waarvan een kleine 28.000 langer dan afgesproken moeten wachten.

Blokhuis zegt tegen NOS op 3 dat het belangrijk is om erop te wijzen dat de wachttijden in de ggz regionaal en per diagnosegroep verschillen. Het is volgens de demissionair staatssecretaris niet zo dat de treeknormen in zijn algemeenheid niet worden gehaald en hij is ervan overtuigd dat er voortgang wordt geboekt.

Maar Blokhuis erkent wel dat mensen voor bepaalde diagnoses op veel plekken nog te lang moeten wachten. "Ik zou deze mensen graag een hart onder de riem steken. Het is pijnlijk dat het wachten op passende zorg zo lang kan duren, hoeveel er ook gedaan wordt aan het bestrijden van dit probleem", aldus Blokhuis.

'Designfout'

Volgens Philippe Delespaul, hoogleraar Innovatie in de Geestelijke Gezondheidszorg aan de Universiteit van Maastricht, zijn de wachtlijsten het gevolg van een designfout in de ggz. "We hebben in Nederland specialismen voor alle diagnoses apart, terwijl de meest ernstige problematiek juist voorkomt bij mensen die meerdere problemen tegelijk hebben." En juist die mensen blijven volgens de hoogleraar in de kou staan.

"Stel: je krijgt de diagnose depressie. De volgende stap is dan de depressiespecialist. Maar bij het intakegesprek blijkt dat je ook een drankprobleem hebt. Dan zegt die depressiespecialist: 'los eerst dat drankprobleem maar op'. De specialisten richten zich enkel op eendimensionale problemen, terwijl je mensen moet hebben die naar multidimensionale problemen kijken."

Bij MIND, het landelijk platform voor psychische gezondheid, vinden ze dat vooral de begeleiding beter moet. Wanneer een behandeling niet direct kan starten, wil dit niet zeggen dat iemand maar moet zitten wachten. "Daar kunnen de klachten alleen maar erger door worden. Wachttijd moet geen stilstand betekenen. Gebruik die tijd om iemand voor te bereiden op een behandeling."

'Een dictator als promotor': ombudsman moet jonge wetenschapper helpen

Intimidatie, gesjoemel met auteurs of racistische opmerkingen: het zijn voorbeelden van wangedrag op universiteiten. Om daar iets tegen te doen, moeten alle universiteiten per 1 juli een onafhankelijke ombudsman hebben. Zes van de veertien universiteiten hebben er inmiddels een.

Dat zegt de koepel van universiteiten, de VSNU. Die benadrukt dat de andere acht universiteiten de regelgeving wel rond hebben en werven, maar dat er nog niemand zit op die functie.

NOS op 3 verzamelde zo'n 400 ervaringen van studenten die willen promoveren en dus als jonge wetenschapper beginnen aan een academische carričre aan de universiteit. Wangedrag kan een probleem zijn voor alle studenten en medewerkers, maar juist promovendi zijn een kwetsbare groep: ze krijgen te maken met veel prestatiedruk en zijn vaak compleet afhankelijk van hun begeleider.

Vier op de tien zegt tegen NOS op 3 dat ze inderdaad wangedrag meemaken, zoals een conflict met hun promotor, pesten of buitensluiting. Maar ze noemen ook voorbeelden van racisme, seksisme en seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Bekijk hier hun ervaringen met de schaduwkant van een carričre in de wetenschap:

De nieuwe ombudsmannen op de universiteiten zijn tot nu toe vrijwel allemaal in loondienst. De Tweede Kamer vroeg zich eerder af of ombudsmannen die betaald worden door de universiteit wel echt kritisch kunnen zijn over diezelfde universiteit. Maar de VSNU benadrukt dat hun loondienst geen invloed heeft op de onafhankelijke positie of het onderzoek naar klachten.

Of ook studenten bij de functionaris terecht kunnen, verschilt per universiteit. Promovendi kunnen er wel op vrijwel iedere universiteit een beroep op doen.

Dat alle uni's voor 1 juli een ombudsman moeten hebben, is afgesproken in de cao van Nederlandse universiteiten. Vier universiteiten experimenteerden er al mee, nadat uit een rondvraag van de vakbonden was gebleken dat vier op de tien medewerkers ongewenst gedrag ervaren.

Een herkenbaar probleem, zegt Rosanne Anholt van het Promovendi Netwerk Nederland. "Een paar keer per maand krijgen we een casus van een promovendus die vastloopt. Schrijnende verhalen, over mensen die worden weggepest of expres worden tegengewerkt in hun wetenschappelijke carričre. Zelfs een casus van iemand die, deels ook naar aanleiding van een vervelende relatie met haar promotor, zelfmoord pleegde."

Onderzoek

Op welke schaal wangedrag voorkomt op universiteiten, is nooit vastgesteld. Maar dat het een wezenlijk probleem is op de academie, daar zijn alle betrokkenen het over eens. Ook de VSNU herkent de signalen.

En die stapelen zich op. Een signaal was een rapport van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren, dat concludeerde dat wangedrag beter aangepakt moet worden. Daarbij benoemden de hoogleraren een aantal oorzaken, zoals het sterk hiërarchische karakter van de academie, de competitieve cultuur, het niet adequaat reageren op klachten en het - al dan niet gedwongen - zwijgen van slachtoffers.

Dat rapport, en incidenten en vragen die volgden, waren aanleiding voor de politiek om wangedrag op de agenda te zetten. Eind dit jaar moet de KNAW met een advies komen over hoe de academische wereld wangedrag kan voorkomen en er adequater tegen kan optreden. De VSNU werkt daaraan mee, maar wijst er ook op dat de academische wereld onder druk staat door structureel geldgebrek. "Dat zorgt voor een hoge werkdruk en dat kan ongewenst gedrag ongewild in de hand werken", zegt een woordvoerder.

Burn-outs

Veel van de jonge wetenschappers die zoiets meemaken, houden daar mentale problemen aan over, zeggen ze tegen NOS op 3. Het vaakst worden burn-outs en depressies genoemd. "Ik had een promotor die chronisch onredelijk was. Onhaalbare deadlines, telkens nieuwe onderzoeken beginnen terwijl wat liep nog niet af was. Het hele traject heeft me mijn mentale welzijn en mijn relatie gekost", vertelt iemand die anoniem wil blijven.

Volgens het Promovendi Netwerk Nederland raken de problemen ook aan de kwaliteit van wetenschap. Rosanne Anholt: "Een onveilig werkklimaat komt de wetenschap niet ten goede. Er worden bijvoorbeeld fouten verzwegen, of er staan auteurs op artikelen die daar niet horen, puur omdat die wetenschappers een publicatiedruk voelen."

En het maakt de drempel voor een wetenschappelijke carričre hoger, zegt ze, en dat is jammer van jong talent. "Er zijn veel promovendi die denken aan stoppen. Jonge wetenschappers worden zo de wetenschap uitgejaagd."

Wil jij ook een ervaring (anoniem) delen? Mail ons op nosop3@nos.nl.

Chips: de machtigste millimeters ter wereld

Ze zijn kleiner dan een postzegel, maar van wereldbelang. Chips. Aan alle kanten wordt nu extra geďnvesteerd in de chipindustrie. De Amerikaanse president Biden kondigde een miljardeninvestering aan. En ook China en de EU trekken de portemonnee.

Die investeringen zijn vooral om de eigen productiecapaciteiten op te schroeven. En dan met name voor de meest geavanceerde chips, die nodig zijn om voorop te kunnen lopen in de ontwikkeling van toekomstige technologie. Denk aan 6G en kunstmatige intelligentie. De macht om die chips te maken ligt nu in handen van slechts twee bedrijven in de wereld. Bij het Zuid-Koreaanse Samsung en TSMC uit Taiwan.

In onderstaande video duikt NOS op 3 in het chiptekort en in de strijd om de macht in de chipwereld:

Home | Contact